Doop

DOOP EN KINDEROPDRACHT

Wanneer we onze kinderen willen laten dopen of zelf de doop wensen te ontvangen, dan doen we dat niet in de illusie dat er iets gebeurt waardoor wij kind van God worden. Je hoeft immers niet gedoopt te worden om een kind van God te zijn.

Maar dopen dat is: de geboorte aanvaarden, het kind of je eigen leven ontvangen als uit Gods hand. De doop is voorts niet alleen een familie-aangelegenheid, maar ook een zaak van de geloofsgemeenschap. Deze staat achter de dopeling of de ouders en hun kind en stelt zich mede verantwoordelijk voor diens toekomst.

We dopen met water, dat symbool is van gewassen zijn en van als nieuw zijn; we weten niet wat de toekomst brengen zal, maar we vertrouwen erop dat er altijd uitzicht zal zijn, wat we ook doen en wat ons ook overkomt.

We dopen in de naam van God voor wiens aangezicht wij als gewenste kinderen geboren worden. In de naam van Christus die de belichaming is van de liefde van waaruit we leven. En in de naam van de Geest waardoor wij dit alles weten en het telkens opnieuw weten.

Door de doop wordt een mens opgenomen in een lange traditie, de kerk van Christus. De doop is een bij uitstek oecumenische aangelegenheid: de kerkgenootschappen erkennen over en weer elkaars doop. Het is aan de dopeling zelf om een keuze te doen voor het wel of niet lidmaatschap van enig kerkgenootschap.

In plaats van het toedienen van de doop kan ook gekozen worden voor de “kinderopdracht” of een “geboortedankzegging”. De ouders spreken in aanwezigheid van het kind, familie, vrienden en de leden van onze geloofsgemeenschap hun dankbaarheid uit over de geboorte van het kind dat aan hun zorgen is toevertrouwd. Zij zeggen het kind hun blijvende trouw en liefde toe. Ouders of verzorgers en de geloofsgemeenschap spreken hun onderlinge verbondenheid uit door een “ja-woord”, een lied of een wens.

De doop vindt veelal in de zondagse kerkdienst plaats onder verantwoordelijkheid van het bestuur, na een voorbereiding met een onzer predikanten.

terug naar de vorige pagina