VGH

Doopsgezinden bij VGH

Op 1 april treedt de Doopsgezinde Gemeente Huizen-Hilversum toe tot de VGH. Die gemeente is aangesloten bij de Algemene Doopsgezinde Societeit (ADS). De doopsgezinde gemeenten in Nederland zijn autonoom. Wel hebben zij gezamenlijk in 1811 de ADS opgericht voor een gemeenschappelijke predikantenopleiding die lange tijd verbonden was aan de Universiteit van Amsterdam, maar enkele jaren geleden bij de Vrije Universiteit werd ondergebracht toen bij de UvA de klassieke faculteit godgeleerdheid opging in de bredere faculteit geesteswetenschappen.

Het doperdom ontstond in het begin van de zestiende eeuw in Zwitserland. Het doperdom onderscheidde zich van het katholicisme en reformatorische gemeenten door de doop op het geloof, het vredesgetuigenis (afwijzing van geweld) en het niet afleggen van een eed. Toen pastoor Menno Simonsz in Friesland met het doperdom in aanraking kwam, werd hij een actieve leraar (doopsgezinde benaming voor een predikant) waardoor veel doopsgezinde gemeenten ontstonden. (De doopsgezinde kerkgebouwen worden vermaningen genoemd.)

De band van zusterlijke en broederlijke liefde als samenbindend element in de gemeente was voor Menno Simonsz heel belangrijk. Zorg voor elkaar en solidariteit met elkaar, ook in materieel opzicht, waren voor hem vanzelfsprekend. ’Wanneer er in de gemeente werkelijk een onderlinge band is die voortkomt uit de liefde van God’, zo zei hij, ‘dan is het vanzelfsprekend dat er niemand in de gemeente armoe zal lijden of honger zal hebben’. Door de eeuwen heen is deze zorg voor elkaar een belangrijk aspect geweest in het doperse gemeenteleven. De gemeente is immers, zoals Paulus dat zegt (1 Kor. 12, 12-31), als een menselijk lichaam: wanneer een lid lijdt, lijden alle leden mee. Alleen wanneer er zo’n hechte liefdeband is tussen de leden, kan de gemeente aan haar roeping beantwoorden. Haar roeping is te zijn als een stad op een berg, die kan niet verborgen blijven.

De liefde waar Menno Simonsz toe opriep gold overigens niet alleen de zusters en broeders in de gemeente. Het hemd is wel nader dan de rok, maar wie Jezus van Nazareth wil volgen is ook geroepen vijanden lief te hebben. Bekend is hoe Dirk Willemsz in 1569 zijn achtervolger redde toen deze tijdens de achtervolging door het ijs van de Linge zakte en dreigde te verdrinken. Hij werd vervolgens veroordeeld en levend verbrand. Op het verlenen van onderdak aan Menno Simonsz en zijn gezin stond de doodstraf. Toch waren er steeds zusters en broeders die hem ontvingen wanneer hij weer op de vlucht was. Van veel martelaren is beschreven hoe zij hebben gebeden voor de rechters en beulen.

Een taak van de gemeente, die voortvloeit uit zusterlijke en broederlijke liefde, was voor Menno Simonsz ook het onderling pastoraat. Het pastoraat moest voor hem niet worden gezien als een taak voor de voorganger, omdat hij/zij er voor heeft gestudeerd en er voor wordt betaald. Voor Menno Simonsz was het pastoraat een taak voor alle gemeenteleden. Tegelijk stond wegens het ontbreken van sociale voorzieningen ook het geven van materiele hulp in Menno’s tijd centraal. Vanuit historisch perspectief kan de zusterlijke en broederlijke liefde buiten de gemeente in onze tijd ook in heel andere vormen tot uitdrukking komen. Om er enkele te noemen: doordenking over en betrokkenheid bij de vraagstukken van de toenemende verschillen tussen arm en rijk, de tweede en derde generatie zogeheten gastarbeiders, en onze omgang met asielzoekers en vluchtelingen.

De doopsgezinde gemeente in Hilversum ontstond toen de spoorlijn tussen Amsterdam en Hilversum werd geopend. Een korte periode kwamen de doopsgezinden bijeen in een Villa aan de Vaartweg (no. 89). Officieel ontstond de gemeente in 1878. Dat de gemeente Huizen-Hilversum werd genoemd, heeft te maken met het volgende. Er waren namelijk in vroeger eeuwen twee, later opgeheven Mennistengemeenten (vernoemd naar Menno) in Gooiland en het Eemgebied, in Huizen en in Spakenburg.

Van die Huizer gemeente, waaruit Hilversum, na een hiaat van enige tientallen jaren, in zekere zin is voortgekomen, zijn nog het prachtige koperwerk van kronen en de oude bijbels op de rand van de kerkeraadsbanken aanwezig. Om die reden is de statutaire naam ‘Huizen-Hilversum’.

In 1878 werd de vermaning aan de Boomberglaan geopend. De vermaning werd in 1940 grondig verbouwd. In de jaren zestig werd het Mennocentrum (inclusief de kelder) eraan toegevoegd.

Ook in de doopsgezinde gemeente in Hilversum stond en staat de zusterlijke en broederlijke liefde hoog in het vaandel, evenals de doop op het geloof, het vredesgetuigenis en het niet afleggen van een eed. Daarmee houdt ook Hilversum graag het gedachtegoed van Menno Simonsz in ere.

Albert A. van Daalen

terug naar de vorige pagina