|
|
|
||||||
|
Een nieuw jaar, een nieuw begin… In het Nieuwe Testament is ‘nieuw’ een sleutelwoord: een nieuw lied, een nieuwe naam, een nieuw bruiloftskleed, nieuwe wijn, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe taal, een nieuw lied, een nieuw verbond. De Franse filosoof Gabriel Marcel typeerde de mens als homo viator: altijd op weg, altijd onderweg. Het is zeker niet toevallig dat de eerste christenen ‘aanhangers van de weg’ werden genoemd. De eerste volgelingen ervoeren Jezus van Nazareth als een weg naar nieuw leven: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Leven is bewegen. Stilstaan is achteruitgaan. Of we willen of niet, we moeten verder. ‘Je moet verder’, hoor je vaak zeggen door mensen die geen enkel toekomstperspectief meer zien. Wie zich niet vernieuwt, wie blijft staan bij het oude, verstart, versteent. De grote profeet Jesaja zegt: ‘Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil bij het verleden. Zie, iets nieuws ga Ik beginnen. Het is al begonnen. Zie je het niet?’ (Jesaja 43). Jezelf vernieuwen en mens worden zijn ten nauwste met elkaar verbonden. Leven bestaat uit keuzen maken. Soms maken we heel bewust een nieuwe keuze. Maar ‘nieuw’ is altijd spannend. Je weet niet waar het toe leidt. Je weet wat je hebt; je weet niet wat je krijgt. Het is niet toevallig dat veel mensen het zo lang mogelijk bij het oude en vertrouwde willen houden. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Maar soms kan dat niet langer. Dan word je gedwongen het oude en vertrouwde te verlaten, met alle gevolgen van dien. Het nieuwe is dan geen keuze die je maakt, maar een lot dat je ondergaat. Ook in onze omgangstaal speelt ‘nieuw’ een grote rol: een nieuw schrift, een nieuwe agenda, een nieuw boek. In het begin ben je daar heel zuinig op. Een nieuwe fiets, een nieuwe auto, een nieuwe computer. Dat is een heel gebeuren. Elk jaar begroeten we de nieuwe aardappelen, de nieuwe haring. De dichter Herman Gorter werd beroemd door zijn dichtregel: ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’. Telkens weer wordt een nieuwe mode gepresenteerd. We zijn blij als we een nieuwe kans krijgen. Denk ook aan een uitdrukking als ‘nieuwe bezems vegen schoon’. Deze editie verschijnt rond een nieuw jaar. Een nieuw jaar met nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Ook voor onze vrijzinnige geloofsgemeenschap door toetreding van de doopsgezinden. In het begin van het nieuwe jaar wensen we elkaar allemaal ‘een gelukkig nieuwjaar’. In de zondagmorgendienst bidden we om zegen over het nieuwe jaar. U kent ongetwijfeld de uitdrukking: ‘Alle zegen komt van boven’. Maar die uitdrukking doet niet geheel recht aan het Latijnse woord voor zegenen: benedicere. Letterlijk betekent dat woord: het goede zeggen. Iemand zegenen betekent: iets goeds over iemand zeggen, het goede in iemand naar boven halen, iemand bevestigen in zijn of haar beste mogelijkheden. Als we dat doen, geven we iemand zelfvertrouwen. Wie echt kan zegenen, is in staat de diepste mogelijkheden van mensen naar boven te halen. En in en door ons geloof zeggen we dat God degene is die het best kan zegenen. Maar God werkt door mensen. God heeft geen andere handen dan onze handen. Dus wij zegenen in zijn naam. Wij kunnen in Gods naam elkaar tot zegen zijn. Dat betekent in feite dat de bede: ‘God, zegen dit nieuwe jaar’ een oproep betekent aan elkaar positief met elkaar om te gaan, daartoe geïnspireerd door de weg van Jezus van Nazareth. Aan het eind van de zondagmorgendienst klinkt de alom bekende zegenbede uit Numeri 6. Het zijn maar een paar regels. Gert Bremer heeft die zegenbede prachtig op muziek gezet: De Levende zegene en behoede u, de levende doe zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig. De levende verheffe zijn aangezicht over u, en geve u vrede. Zegen ons en behoed ons, doe lichten over ons uw aangezicht, en wees ons genadig. Zegen ons en behoed ons, doe lichten over ons uw aangezicht, en geef ons vrede. Moge het zo zijn. Ook in het nieuwe jaar: Gods zegen en elkaars zegen; ook op ons nieuw begin. Albert A. van Daalen. |
|
|||||