|
|
|
||||||
|
Boekbespreking Esther Kopmels, Christus en Cultuur. Beelden van Christus in de moderne theologie. Uitg. Damon, Budel, 2005. Esther Kopmels werkte op het landelijk bureau van de NPB. Zij liet zich niet uitsluitend in beslag nemen door vergaderen, telefoneren en het lezen en schrijven van notities. Eerder verscheen van haar hand het boekje Bewust Binnenstebuiten!, een studie naar de mogelijkheden tot revitalisering van de NPB. Dat was gericht op de toekomst van de organisatie. Thans ligt er een boek, dat een theologische zoektocht wil zijn naar het ‘beeld’ en de betekenis van Jezus Christus in de moderne theologische traditie. In de inleiding geeft ze aan dat zij zich zowel verwant voelt met de vrijzinnigheid als dat zij gefascineerd is door Jezus Christus. De visie op Jezus is steeds een centraal punt geweest in de discussie tussen orthodoxen en vrijzinnigen. Belijden we hem als Zoon van God, als heiland en verlosser, of zien we hem als een inspirerend voorbeeld en goed mens? Vervolgens gaat zij de antwoorden na die in de loop van de geschiedenis zijn gegeven door ‘moderne’ of vrijzinnige denkers. Zorgvuldig geeft ze een leesverslag van werken uit de theologie van de moderniteit in de negentiende eeuw, die van theologen als Bruining, Roessingh, Heering, Van Holk en Banning. Dat is natuurlijk al eerder en goed gedaan. Voor ons is dan ook interessanter de lijnen die Esther trekt in de geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog. Zij staat uitgebreid stil bij de ideeën van prof. Harry Kuitert en prof. G.D.J. Dingemans. In een persoonlijke terugblik geeft ze aan veel geleerd te hebben van Kuitert als het gaat om consequent redeneren inzake geloofsvragen. Jezus Christus krijgt voor haar gestalte als een beeld van de nieuwe mens, die de weg wijst en daarvoor baseert zij zich op met name Schleiermacher, Tillich, Bruining en Van Holk. Voor een antwoord op de vraag naar de betekenis van Jezus Christus voor onze tijd sluit zij nauw aan bij het belangrijke werk van de Groninger hoogleraar Dingemans, De stem van de roepende (Kampen, 2001). Jezus Christus wordt daarin gezien als het gezicht van God, vervuld van Gods Geest, die ons nog steeds bezielt door de Christusgeest en ons oproept om rechtvaardig en humaan te leven, om te strijden voor een geheelde wereld. Het boek besluit met het afdrukken van vijf werken van moderne Nederlandse kunstenaars: een houten crucifix, een beeld dat een ‘spiraal van de hoop’ is, een foto gemaakt op het eiland Pampus van een onderaards gangenstelsel dat de fotograaf deed denken aan de bijbeltekst “een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad”, een schilderij van de buitenkerkelijke Otto Tissing waarin beelden en symbolen van orthodoxie en vrijzinnigheid elkaar raken. Is dat de moderne omgang met de vraag naar Christus? Dus: niet zozeer uitgebreid theologiseren, nadenken over, systematiseren, maar de kunst, de verbeelding, het gevoel laten spreken in zaken die uiteindelijk onnoembaar en onzegbaar blijven. Een Christus die in de cultuur te vinden is of zelfs opgaat in de cultuur? Het is lang geleden dat vanuit de NPB een theologische doordenking van de betekenis van Christus is geschreven. Misschien was dat wel het boekje met opstellen onder redactie van dr. Rob Nepveu uit 1981: Mens of mythe. Peter Korver |
|
|||||