|
|
|
||||||
|
De God in mijn hersenen Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij dat ik die nacht in het verleden had geleefd en zonder de geringste verbazing weer geloofd had dat God bestond ik wilde hem eindelijk wel eens spreken het is een bijzonder aardige man zei iemand je kunt hem gerust eens bellen ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem zodat ik mij een lieve gevleugelde vrouw voorstelde zoals je wel ziet op felicitatiekaarten wilt u God, werd er gezegd, toets dan één wilt u God niet, toets dan niet ik toetste één en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog één wachtende voor u en die ene bent u ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over moest nadenken tot ik ontwaakte en God weer was verdwenen, ergens in mijn hersenen Uit: Wat water achterliet van Rutger Kopland |
|
|||||